Zoek op de website
Uw zoekacties: Zoeken in de toegangen Families van Bolhuis, Arkema en van Zeeburgh, 1603 - 1927
x493 Families van Bolhuis, Arkema en van Zeeburgh, 1603 - 1927
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

493 Families van Bolhuis, Arkema en van Zeeburgh, 1603 - 1927
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1. De familie Van Bolhuis en aanverwanten te Warffum
sluiten
493 Families van Bolhuis, Arkema en van Zeeburgh, 1603 - 1927
Inleiding
1. De familie Van Bolhuis en aanverwanten te Warffum
Vanaf de 17e eeuw verstarden de machtsverhoudingen in de provincie van Stad en Lande. In de Ommelanden heersten de jonkers, in de stad werden de lakens meer en meer uitgedeeld door een klein aantal machtige families. Het gevolg was onder meer economische teruggang en sociale onvrede *  . Conflicten tussen stad en Ommelanden werden talrijker, waarbij de laatsten vooral de economische positie van de stad aanvochten.
De oligarchie in zowel stad als Ommelanden was in handen van enkele families. Decennia lang treft men dezelfde familienamen aan in belangrijke openbare functies. Een van de families die zich in de achttiende eeuw lange tijd mocht rekenen tot de stand van regenten, was de familie Van Bolhuis. De mannelijke leden van dit geslacht hebben tussen circa 1670 en 1760 invloedrijke functies bekleed. Hun werkterrein lag voornamelijk in de Ommelanden, maar men was zeker ook op de stad geörienteerd. Behalve een huis in Warffum had men tevens een huis in de stad.
De familie Van Bolhuis is niet van adellijke afkomst. Zij heeft wel een illustere 'stamvader' in de persoon van Abel Eppens tho Equart (1534-1590), de schrijver van de bekende kroniek *  . Abel Eppens woonde op het Bolhuis te Eekwerd. Een verklaring voor de familienaam van zijn afstammelingen is daarmee snel gevonden. Overigens, ook de naam Abel Eppo komt tot in de negentiende eeuw voor in de familie.
Abel Eppens' kleinzoon met dezelfde namen (ca. 1617-1659) bezat een huis in de stad Groningen, waar hij vermoedelijk permanent woonde. Hij is twee maal gehuwd geweest. Na zijn overlijden vererfde het huis van de 'rekenmeester' Abel Eppens in de Jacobijnerstraat op zijn zoon Michiel *  . Deze Van Bolhuis was de eerste van de familie die het ambt van (geconstitueerd) rechter in de Ommelanden uitoefende. Hij is ook degene geweest die in het dorp Warffum een huis kocht. In 1681 en 1689 kocht Van Bolhuis hier een tweetal huizen, maar het is onzeker of een van deze panden het latere woonhuis van de familie is. Volgens een familieoverlevering bewoonde de familie in Warffum het oude refugium van het klooster bij deze plaats. Het lijkt waarschijnlijker dat Michiel, nadat de hervormde gemeente grote schulden had opgebouwd, in het bezit is gekomen van een pand dat bedoeld was als nieuwe pastorie *  . In 1692 vervaardigde Pieter Geerdts een kaart van het huis met bijbehorende grond *  . Het huis stond midden in het dorp en moet zowel door de grootte als de lokatie een opvallende plaats hebben ingenomen. Het werd in de loop der tijden luxueus ingericht, waarvan de verschillende inventarissen nog getuigen *  .
De heren Van Bolhuis speelden in Warffum een belangrijke sociale en bestuurlijke rol. Michiel van Bolhuis was kerkvoogd, evenzo zijn zoon Abel Eppo. Beide waren bovendien rechter (redger) te Warffum en secretaris en advocaat-fiscaal van het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest. Michiel is als secretaris benoemd in 1679. In 1696 was Abel Eppo secretaris-fiscaal naast zijn vader. Na het overlijden van Michiel in 1704 gingen de functies als vanzelfsprekend over op Abel Eppo. De ontvangers van het zijlvest waren onder meer verantwoordelijk voor de inning van het zijlschot, de belasting opgelegd door het zijlvest. Als secretaris hadden zij bijvoorbeeld de zorg voor het archief.
Het grondbezit van de familie in en rond het dorp Warffum was aanzienlijk. Het breidde zich in deachttiende eeuw sterk uit, vooral door aankopen van Abel Eppo. Deze verwierf een groot aantal heemsteden, kweldergrond en andere stukken land. Waarschijnlijk is een belangrijk deel van het inkomen van de familie voortgekomen uit het beheren en verpachten van deze gronden. De meest opvallende aankoop echter deed Michiel van Bolhuis tezamen met Louis Trip, eigenaar van de Warffumborg, in 1695. In dat jaar kochten zij gezamenlijk Rottumeroog. Dit eiland was eigendom geweest van Roelof Sickinghe die, beladen met schulden, in 1683 zijn bezit in Warffum van de hand moest doen. Hieronder was ook de Warffumborg, waarvan Louis Trip zich toen al meester had gemaakt. Van Bolhuis en Trip hadden met Rottumeroog een goede koop gedaan. Voor slechts 1.500 Car. gulden kregen zij het eiland in bezit. Dertig jaar eerder was het nog voor 7.300 Car. gulden verkocht *  .
In het archief is nog een aantal interessante papieren over het beheer van Rottumeroog te vinden, gerangschikt door Abel Eppo *  . Deze volgde zijn vader op in de rechten op het eiland, maar 2 jaar na diens dood (1706) verkocht Abel Eppo het alsnog. De nieuwe eigenaar werd Donough Macarthy graaf van Clancarty, die misschien wel de meest tot de verbeelding sprekende eigenaar van het eiland is geweest. Abel Eppo fungeerde min of meer als een raadsman voor de 'malle graaf', die veelvuldig het ongeluk naar zich toe leek te trekken *  . De brieven die Clancarty aan Van Bolhuis schreef, zijn over het algemeen uiterst charmant, gesteld in een opvallende combinatie van Duits, Engels, Frans en een enkel Gronings woord *  . Een voorbeeld:
"Min Heer Van Bolhuis
Ick bin express van dag here gecomen UW E H te ambrassien en ook en glassie wine mit te drinken, maar me van Harten lied is te hooren UW E H is nite fresh. die folk hat me ghiestern op lief west is soo balsturig. dat ick tres humblement vorsook UW E H believd when die affair is gehoord te doen daer in what UW E H sol best dinken (...)"
Met de al genoemde families Sickinghe en Trip onderhield de familie Van Bolhuis regelmatige contacten. Michiel van Bolhuis behartigde onder meer de belangen van Roelof Sickinghe bij de verkoop van de Warffumborg in 1683. Sickinghe heeft Van Bolhuis daartoe een aantal bescheiden uit zijn archief overhandigd, waardoor aspirant-kopers een overzicht konden krijgen van de rechten en inkomsten die bij de Warffumborg behoorden. Deze soms zeer oude en persoonlijke papieren bevinden zich nog altijd in het hier geïnven-tariseerde archief *  . Ook in hun functie als collator en kerkvoogd van de kerk te Warffum zullen Sickinghes regelmatig contact hebben gehad met leden van de familie Van Bolhuis. Hetzelfde geld voor de familie Trip, na 1683 de nieuwe bewoners van Warffumborg. Evenals de familie Van Bolhuis had deze rijke familie nogal wat landerijen in bezit. Voor een groot gedeelte betrof dit kwelderland. In 1728 kochten J. Wichers, Elisabeth S. Trip, A.E. van Bolhuis en Stijntje Cnols gezamenlijk 9 juk kwelderland, zo'n 4,5 hectare *  .
Het omvangrijke grondbezit vroeg om de nodige aandacht. Vooral de wegen, bruggen en sloten inde kwelderlanden vergden voortdurend onderhoud. Ook de verpachtingen van stukken landbouwgrond waren regelmatig terugkerende gebeurtenissen. Inkomsten en uitgaven werden opgetekend in zogenaamde 'kwelderregisters'. Een aantal is bewaard gebleven, ze lopen van 1762 tot 1791. Michiel en Abel Eppo van Bolhuis waren jaren achtereen gewikkeld in processen om deze gronden. Michiel procedeerde diverse malen tussen 1686 en 1704 tegen ir. J. Tideman over aanspraken op bepaalde stukken kweldergrond. De juridische tegenstander van Abel Eppo tussen 1702 en 1714 was Johan Tamminga. Hier was het geschilpunt het al of niet verzwaren van de dijken *  .
Men had niet alleen contact met de bewoners van de aanzienlijke Warffumborg, maar ook met die op de kleinere Breedenborg bij Breede. Dit huis ten westen van Warffum was eveneens een tijdlang in handen van een Sickinghe. Hendrik Sickinghe (1650-1704) kocht het huis in 1682 van Johan Clant. De weduwe van Hendriks zoon Feijo Johan Sickinghe verkocht de borg in 1706 aan Evert Joost Lewe en Unico Allard Alberda van Menkema *  . Vier jaar later kwam de Breedenborg in handen van Claes Alders en Hillichje Thewes. Claes Alders was een zoon van Aldert Jacobs en Beertje Cnols. De laatste was een zuster van Trijntje Cnols, de schoonmoeder van Abel Eppo van Bolhuis. Diens echtgenote Stijntje Cnols was dus een nicht van Claes Alders. Dit is ook de reden waarom een groot deel van de erfenis van de 'hoofdeling op Bredenborch' aan het echtpaar Van Bolhuis-Cnols kwam. Ook de borg behoorde hiertoe. De nieuwe eigenaren verkochten het huis in 1737, tezamen met de daaraan verbonden rechten en 25 hectare land. Het geheel werd voor 8000 Car. gulden gekocht door Jan Jansen en Helena Lant.
Het meest aktief in het uitoefenen van openbare funkties was de al herhaaldelijk ter sprake gekomen Abel Eppo van Bolhuis. Hij was in 14 (!) jurisdicties rechter, een tijdlang (vice-)secretaris voor de arbiters uit de Ommelanden en secretaris-ontvanger van het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest *  . Bovendien was Abel Eppo secretaris-ontvanger-advokaat-fiscaal van het Winsumer en Schaphalsterzijlvest. Al deze functies hebben hun neerslag gehad in het familiearchief.
Abel Eppo huwde in 1705 met Stijntje Cnols, een dochter uit een vermogend en omvangrijk boerengeslacht. De bruiloft werd naar goed gebruik zowel in Groningen als in Warffum gevierd, al was die in de stad wel uitgebreider met meer gasten *  . Door al zijn functies werd Abel Eppo een man van aanzien. Hij speelde als administrateur een belangrijke rol in de afhandeling van de omvangrijke nalatenschap van Hindrik Ferdinand baron Van In- en Kniphuizen, heer van Ulrum en Jan Carel Ferdinand baron Van In- en Kniphuizen, heer van Nienoord *  . Bewaard gebleven archiefstukken, zoals bijvoorbeeld verzamelde jurisprudentie van de Hoofdmannenkamer, wekken de indruk dat Abel Eppo zijn verantwoordelijkheden niet licht opnam. Culturele interesse was hem overigens zeker niet vreemd, getuige een fraaie bibliotheek en een collectie schilderijen, die in zijn Staatboek is vermeld (inv.nr. 341).
Heel anders van aard was zijn zoon Michiel jr. (1713-1764). Hij was het enige kind van het echtpaar Abel Eppo van Bolhuis en Stijntje Cnols dat in leven zou blijven. Twee zoontjes stierven op zeer jonge leeftijd. Michiel kreeg een gedegen opvoeding, onder meer door een preceptor, een onderwijzer die hem het Latijn bijbracht *  . In 1731 liet de jonge Van Bolhuis zich inschrijven aan de Universiteit in Groningen. Het stadsleven moet hem bijzonder zijn bevallen. Hij verwierf het groot- en klein burgerrecht en woonde vermoedelijk meer in de stad dan in Warffum. Michiel had enkele openbare functies, zoals advokaat, lid van de gezworen meente en rechter van Ellerhuizen. Opvallend is dat hij in de laatste hoedanigheid nogal eens te maken kreeg met 'klandizie' uit Warffum.
Michiel van Bolhuis was in hoge mate cultureel ingesteld. Enige bekendheid heeft zijn dichtkunst gekregen, vooral de "dichtmatige brieven" die hij uitwisselde met studiegenoot P. Muntinghe. Van Bolhuis huwde in 1738 met Alagonda Beckeringh, een dochter uit een vooraanstaand regentengeslacht. Dit huwelijk is een aanwijzing dat de familie Van Bolhuis een behoorlijke status had verworven, ook in de stad Groningen.
De literaire produkten van Van Bolhuis dateren voor een belangrijk deel uit zijn jonge jaren. De beslommeringen van het dagelijkse leven hebben Michiel daarna steeds meer in beslag genomen *  . Op een geven moment, hij is dan 27 jaar oud, schrijft hij zelfs over het "lang uitgedoofd dichtvuur". Het staatboek dat Van Bolhuis heeft aangelegd, geeft veel informatie over zijn interesses en belangen. Hierin werd bijvoorbeeld aangetekend wat de kosten waren geweest om tot gezworene van de stad te worden gekozen, maar ook prijzen van het rundvee, lonen van het personeel, recepten en gegevens over de kinderen *  . De zonen Abel Eppo, Lambertus en Jan gingen op de Latijnse school. De schoolresultaten werden door de vader zorgzaam opgetekend. Verder heeft Michiel bijvoorbeeld alle schilderijen vermeld, die in het huis aan de Noorderhaven in de stad en in het huis te Warffum hingen. Hieronder waren enkele (tegenwoordig) kostbare werken, zoals een Rembrandt, een Breughel en een Ruysdael. Tussen 1755 en 1764 besteedde de regent Van Bolhuis voor meer dan 3000 gulden aan boeken en schrijfgerei. Na zijn dood bleek zijn bibliotheek uit 3000 boeken te bestaan. De catalogus van de goederen die na zijn dood zijn geveild, toont een grote verscheidenheid aan titels uit vele eeuwen en over allerlei onderwerpen *  .
Het echtpaar Van Bolhuis-Beckeringh kreeg vijf kinderen, drie zonen en twee dochters. Zoon Lambertus werd predikant. De jong gestorven Abel Eppo was medicus, en zoon Jan trad in de voetsporen van zijn vader en grootvader. Jan van Bolhuis bekleedde enkele openbare functies als bijvoorbeeld zijlrechter en secretaris-ontvanger van het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest. Dit gebeurde tijdens de Franse Tijd. Het is dus goed mogelijk, dat Jan van Bolhuis geheel andere politieke opvattingen heeft gehad dan zijn vader, maar dit blijkt helaas niet direkt uit archiefstukken.
Jan van Bolhuis probeerde de kwaliteiten van zijn vader en grootvader enigszins te combineren: behalve politieke interesse had hij ook culturele belangstelling. Het is opvallend dat hij nogal wat gedichten en brieven van zijn vader heeft gekopieerd. Zou hij niet het talent van Michiel hebben geërfd? Zijn bibliotheek was in ieder geval indrukwekkend.
Jan van Bolhuis huwde in 1784 met Trijntje Jans, zuster van de schepper van Warffum. Zij was als dochter van een dagloner niet afkomstig uit een aanzienlijke familie. Dit kan opgevat worden als een bewijs temeer dat Jan van Bolhuis een eigenzinnig man was, die zich niet richtte op een rol binnen de regentenstand waartoe de familie behoorde.
Na het overlijden van Jan van Bolhuis in 1803 nam zijn schoonzoon Jan Arkema de bestuurlijke rol van de familie over. Arkema, die gehuwd was met Catharina van Bolhuis en van beroep weliswaar chirurgijn, bracht het tot burgemeester van Warffum. Minder belangrijk was de rol van de familie van Zeeburgh, verwant door het huwelijk van Alagonda van Bolhuis met Doje Pieters van Zeeburgh. De laatste is weliswaar eveneens burgemeester van Warffum geweest, maar zowel hij als zijn echtgenote stierven op jonge leeftijd.
De goederen en bezittingen van de familie Van Bolhuis zijn na het overlijden van Jan van Bolhuis vererfd op de families Arkema en Van Zeeburgh. Hierbij moet opgemerkt worden, dat natuurlijk al eerder belangrijke boedelscheidingen hadden plaatsgevonden, zoals na het overlijden van Alagonda van Bolhuis-Beckeringh. Na de dood van Jan Arkema gingen zijn bezittingen over op zijn vier dochters en zoon. De laatste stierf kort na zijn vader. Drie dochters, Alagonda, Petronella en Trijntje bleven wonen in het huis te Warffum. Geen van deze dames is ooit getrouwd. Trijntje Arkema (overleden 1900) bepaalde in haar testament dat na haar overlijden een grote verzameling meubels, kisten, schilderijen en dergelijke eigendom zou worden van het Museum van Oudheden in Groningen. Hieronder behoorde ook een groot gedeelte van het archief van de families Van Bolhuis, Arkema en Van Zeeburgh, dat in een drietal kisten was verpakt.
2. Geschiedenis van het archief en verantwoording van de inventarisatie
Bijlagen
Literatuurlijst
Genealogieën
1. Overzicht van stukken die tot het archief Van Bolhuis behoorden, maar zijn overgebracht naar andere archieven
Inventaris
Kenmerken
Beschrijving:
Inventaris van het archief van de families van Bolhuis, Arkema en van Zeeburgh te Warffum
Bewerker:
F. Hulst
Behoort tot collectie:
Rijk
Laatste Publicatie:
2008
Omvang:
3 m standaardarchiefberging
Licentie:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS